Lapland 2017
Dag 1 t/m 5, van Evenes naar de Noordkaap
Dag 1.
Vanaf Schiphol vlogen we , in 1,5 uur) naar Olso en vanaf daar, 1,5 uur) naar Evenes. Daar stond onze huurauto al klaar en vertrokken we naar Narvik. Onze eerste slaapplaats. ’s Avonds zijn we Narvik gaan bekijken. De stad drijft voornamelijk op de overslag van ijzererts door de LKAB.
Dag 2.
We verlaten Narvik via de E6 in Noordelijke richting. Net buiten Narvik zijn ze een nieuwe brug aan het maken (the Halogaland bridge, neem aan dat ie nu wel af is.) daarna zijn we rechtsaf gegaan, de E10 op richting Luleå en naar de grens van Zweden. We staken bij het plaatsje Riksgränsen de grens over. De weg loopt hier parallel aan de spoorbaan die van Kiruna naar Narvik loopt en is aangelegd na de vondst van grote hoebveelheden ijzererts in Kiruna. Het is het noordelijkste spoortraject van Lapland. De route is prachtig en nodigt steeds uit om even te stoppen. Een langere stop maken we in Abisko Nationaal Park. We zijn met een kabelbaan naar boven gegaan, daar heb je prachtig uitzicht over de verre omgeving. Karakteristiek in het landschap is de beroemde ‘Lapporten‘, een door gletsjers gevormde bergpas. Aan de andere kant van de weg is een prachtige gemaakte waterval, die zich hier mooi door een canyon een weg gaat. Na deze mooie uitstap rijden we door naar onze slaapplaats in Kiruna.
Dag 3.
Kiruna vandaag de dag zal er heel anders uitzien dan dat wij het zagen. I.v.m. de mijn moet het hele stadje verplaats worden. Wij hebben een bezoek gebracht aan een speciaal bezoekerscentrum dat 450 meter onder de grond, in een deel van de mijn, gevestigd is en een indruk geeft over de ertswinning (LKAB’s visitor centre). Een geweldige ervaring, in de stad stap je in een touringcar en die rijd je de mijn in naar 450 meter onder de grond.
Daarna reden we over de E10 en de E45 naar Hetta of Enontekiö in de taal van de Sami. Daar hebben we een klein museum bezocht over de Sami cultuur (Fell Lapland Nature Centre)
We reisden verder naar Noorwegen en passeerden Kautokeino (Guovdageaidnu). Via weg 92 en 93 kwamen we aan op onze slaapplaats voor vandaag in de Sven Engholm Lodge net voor Karasjok.
Deze bijzondere accomodatie is ontworpen en gebouwd door Sven zelf. Hij is wereldberoemd als huskytrainer en succesvol musher.
Dag 4.
Na het ontbijt namen we afscheid van deze plek en gingen via weg 92 naar Karasjok. We hebben daar een bezoek gebracht aan een Sami museum. Vanuit daar gingen we via de E6 in noordelijke richting naar Lakselv en Olderfjord en daarna rechtdoor de E69 op naar de Nordkapp en Honningsvåg. Dit wordt de rendierweg genoemd en je raad het al je moet niet verbaasd opkijken als je rendieren op de weg tegenkomt.
Honningsvåg, waar we slapen, is de uitvalsbasis voor een bezoek aan de Noordkaap. 71 10’21”
Op de punt van de kaap staat een wereldbol en het plateau eindigt als een steile klif van meer dan 300 meter. Het is het noordelijkste punt van Europa. Het weer is hier erg wisselvallig, en wij hadden dus mist, helaas.
Dag 5.
Vanuit Gjesvær vertrokken we voor een twee uur durende boottocht naar het natuurreservaat Gjesværstappen. Vanaf de boot zagen we grote kolonies, Papagaaiduikers, Jan-van-Genten, Aalscholvers, zwarte zeekoeten en Alken. Ook hebben we een aantal zeearenden gezien en zeehonden.
’s middags bezochten we op het eiland Magerøya, het vissersdorp Skarsvåg. Hier start een mooie wandeling van 2,5 kilometer naar de rotspoort ‘Kirkeporten’.
We sliepen nog een nacht in Honningsvåg.
Dag 6 t/m 10, van de Noordkaap naar Nøss
Dag 6.
We verlaten de Noordkaap en rijden de kust en de hoge bergen van Tromsø tegemoet. We rijden in, uiteraard, zuidelijke richting via de E69 en gaan bij Olderfjord rechtsaf de E6 op naar Alta.
Alta is de belangrijkste plaats in de provincie Finnmark die zeer uitgestrekt en dunbevolkt is. Het is een centrum voor de regio en verder vooral bekend vanwege de 2000 tot 6200 jaar oude rotstekeningen. Deze zijn zo talrijk en bijzonder dat ze zijn opgenomen op de werelderfgoedlijst van Unesco. We bekijken de rotstekeningen die aan een pad liggen langs het Altafjord. We blijven vannacht ook in Alta.
Dag 7.
We rijden naar Tromsø via de E6 in zuidelijke richting. Na Storslett rijden we meer dan 100 km op de oostelijke oever van de Lyngenfjord.
Het landschap is nu echt aan het veranderen, we zien de diepe fjorden en de met sneeuw bedekte hoge toppen van de Lyngenalpen. Vanaf de talrijke uitkijkplaatsen en parkeerterreinen hebben we het schitterende bergpanorama van de Lyngenalpen bewonderd.
De route gaat via de E6 en de E8 die zich met tunnels en bochten een weg baant naar Tromsø. De aankomende twee nachten verblijven we hier. ’s avonds hebben we een bezoek gebracht aan de Botanische tuin. Van half mei tot het eind van juli gaat de zon niet onder in Tromsø en in deze maanden groeien veel planten extra hard vanwege de middernachtzon. De tuinen beschikken over duizenden internationale plantensoorten, met een speciale aandacht voor planten en bloemen die uniek zijn voor de poolgebieden.
Dag 8.
Vandaag een dagje Tromsø.
We gingen eerst naar Polaria, centrum voor het Arctisch gebied, wat is verbonden aan de Universiteit. Dit aquarium is ontworpen als educatief centrum en beschikt over interactieve exposities, waterbasins met plaatselijke zeedieren en -planten, en een panoramische bioscoop. Het gebouw zelf is geïnspireerd door ijsschotsen die het land op worden geduwd door de zee.
Daarna brachten we een bezoek aan het Poolmuseum. Het bevat een schat aan informatie, die op soms aandoenlijk knullige manier is tentoongesteld.
Daarna hebben we de kabelbaan genomen naar Storsteinen, waar we een schitterend uitzicht hadden op de stad.
Daarna hebben we nog de moderne Ishavskatedralen bezocht en even door de stad gelopen.
Dag 9.
De route gaat vandaag via het eiland Senja naar de Vesterålen.
We verlaten Tromsø in westelijke richting en volgen weg 862 naar Brensholmen. Hier nemen we de ferry naar Botnhemn op Senja. Bij aankomst gaan we linksaf weg 862 op naar Gryllefjord.
Senja is het tweede grootste eiland van Noorwegen en vanwege haar diversiteit in landschap wordt het vaak Noorwegen in het klein genoemd. Het noorden en westen van Senja liggen aan de open zee, hier zie je dan ook steile bergen recht uit zee opstijgen. Ook vind je diepe fjorden en levedige vissersdorpjes. Het zuiden en oosten van het eiland zijn milder met ronde bergen, bossen, rivieren en landbouw. Wij bezoeken de grootste trol van de wereld bij het plaatsje Finnsæter, de Senja
Trollet.
Vanaf Gryllefjord namen we daarna de ferry naar Andenes.
Andenes ligt in het noorden van de Vesterålen en hier verbleven we twee nachten. ’s Avonds zagen we hier een prachtige zonsondergang.
Dag 10.
Vanuit Andenes hebben we een walvisexcursie gemaakt, die 6 uur duurde, we hebben een potvis gezien en een dwergwalvis. ’s Avonds hebben we een stuk langs de kust gereden in de richting van Bliek en Nøss. En we zagen 2 elanden in het wild!!
Dag 11 t/m 15, van Andenes via de Lofoten naar Evenes
Dag 11.
We reizen vandaag door naar de Lofoten, deze eilanden kenmerken zich door een ruig landschap, vissersdorpjes en de houten visrekken. Weg 82 langs de oost oever biedt mooie vergezichten, onder meer op het eiland Senja. Dit is de snelle route naar de Lofoten. We passeren Svolvær, dit is het handelscentrum van de Lofoten. De omgeving van Svolvær is bijzonder in trek bij schilders en fotografen vanwege het licht en het lanfschap. Op het zelfde eiland Austvågøy ligt Kabelvåg. Dit plaatsje was rond 1800 de hoofdstad van de Lofoten. In dit plaatje staat ook de grootste kerk, De Lofotkathedralen. Het is een van de grootste houten kerken van Noorwegen, gebouwd in 1898. Wij bezoeken er het Lofotakvariet: een groot aquarium en een grote verzameling dieren in en rond het water die van dichtbij te bewonderen zijn. En we bezoeken het Lofotmuseum. We vervolgen daarna onze tocht naar Henningsvær en slapen er in een traditionele Rorbuer.
Dag 12.
We hebben de E10 gevolgd in Zuidelijke richting. De meeste vissersplaatsjes liggen langs de just en de gekleurde huisjes steken vaak mooi af tegen de omgeving, wat prachtige beelden oplevert. In Borg (Bøstad) op het eiland Vestvågøy staat een langgerekt gebouw uit vroeger tijden nagebouwd, het is sinds 1995 ingericht als museum. Behalve dit ‘Langhuis’, wat op een omgekeerde Vikingschip lijkt, is in het Lofotr Vikingmuseum veel te zien over het wonen en werken van de Vikingbewoners, die hier rond het jaar 1000 leefden.
Het meest zuidelijke plaatsje dat je met de auto kunt bereiken is Å. Dit oude vissersplaatsje met slechts 1 letter is een van de beste uitgangspunten om de Lofoten te ervaren in heden en verleden. Vanaf Å is er een goed uitzicht op de oostkant van de bergen van de Lofoten. Een bezoek aan dit dorp is een absolute must voor cultuursnuivers. In Å eet je de lekkerste en typische kaneelbroodjes bij de lokale bakker op het dorpspleintje (als ie open is natuurlijk). In het Norsk fiskeværsmuseum is veel te zien van de boeiende geschiedenis van het leven in deze streken.
We hebben daarna heerlijk gegeten in Nusfjord, ook een museumdorpje, en zijn weer naar ons knusse vissershutje in Henningsvær gegaan.
Dag 13.
Wanneer je de E10 op de Lofoten volgt heb je verschillende kleine doodlopende weggetjes richting mooie kleine vissersdorpjes of strandjes. Een zo’n afslag nemen we naar Eggum. Op de laatste kilometer staat er een box waar je NOK 20 (ongeveer € 2) in moet doneren om verder te rijden. Aan het einde van de weg vind je een mooi klein fortje wat door de Duitsers in de tweede wereldoorlog in gebruik was als radar station. Waar de gewone weg ophoud is het nog wel mogelijk om te voet nog een stukje door te lopen. Zeer de moeite waard om te doen, al is het alleen al voor een bijzonder kunstwerk. ‘Hode’, een granieten zuil en ijzeren hoofd met een hoogte van 1.78 meter. Het kunstwerk maakt deel uit van het Skulpturlandskap Nordland.
Hierna zijn we naar Svolvær gegaan. Het symbool van de stad is de berg Svolværgeita. Hij doet denken aan hoorns van een geit. Enkele waaghalzen vonden het nodig deze te beklimmen.
Wij zijn naar Magic Ice geweest, een tentoonstelling met ijssculpturen en daarna hebben we gegeten bij de plaatselijke chinees.
Dag 14.
Na het ontbijt gingen we op weg naar Harstad voor de laatste overnachting van deze reis. Maar eerst reden we weer naar Svolvær voor het populairste uitstapje naar de Trollfjord, een smalle zijarm van de rivier de raftsund. De toegang tot het fjord is amper 100 meter breed en wordt aan weerszijden ongeven door bijna loodrechte rotswanden. Wij gingen met een ribboot, en dat ging best hard. Onderweg werden de zeearenden gevoerd, een geweldig gezicht. Daarna zijn we naar Harstad gereden .
Dag 15.
Na het ontbijt zijn we naar het vliegveld gereden bij Evenes en zijn via Oslo weer terug naar huis gevolgen.
