IJsland 2019

Dag 1 t/m 3, Snaefellsnes

Dag 1. 

We vliegen vanaf Schiphol rechtstreeks naar Keflavik en daar kunnen we onze 4×4 auto ophalen. Die zullen we hard nodig hebben op deze trip. Om er even aan te wennen gaan we direct, na dat we hebben ingecheckt in ons hotel in Grindavik, een rondje mee rijden over een schiereiland bij Grindavik met veel scheepswrakken, verlaten dorpen en een vuurtoren. Op gravelwegen rijdt ie prima!

Dag 2. 

We reizen vandaag naar Snaefellsnes, een rit van zo’n 215 km over prima wegen. Vanaf Reykjavik volgen we de ringweg 1. De ringweg voert ons ook langs de voet van de 918 m hoge Esja, alvorens af te buigen naar de Hvalfjörður , want we gaan niet door de toltunnel maar volgen de schilderachtige kustweg die helemaal om de Hvalfjörður heen loopt. Eerst 20 km naar het oosten en vervolgens langs de andere oever weer 29 km naar het westen.  Aan het einde van de fjord ligt, een uur lopen vanaf de weg, de Glymur een waterval van 198 m hoog.

Het was best warm, en de route erheen was ook niet makkelijk. We liepen verkeerd, moesten over een ronde boomstam over het water en een erg steile trap op, maar het uitzicht was prachtig en de grot (Þvottahellir) waar we doorheen moesten een belevenis. 

Bij Borganes rijden we door het Mýrar district. Je rijdt hier door moerassen en lavavelden en langs IJslands beste zalmrivieren. Na het inchecken bij ons hotel Borgarnes, rijden we ’s avonds naar het Ytri Tunga strand om naar de zeehondjes te kijken. Daarna rijden we nog even naar Ad Ölkeldunni, een mineraal waterbron. Je vindt er een kraantje en een plas water dat borrelt, vast heel bijzonder maar wij zijn er niet weg van. 

Dag 3. 

We zijn de hele dag op het schiereiland Snaefellsnes. Er is hier zoveel te zien dat 1 dag eigenlijk nog te kort is. Maar wij kunnen dit! We rijden na het ontbijt direct naar Raudfelsgja, na wat geklauter kom je hier in een soort grot of canyon. Daarna rijden we door naar Vatnshellir. We hebben daar geboekt voor een wandeling door een lavatunnel van 8000 jaar oud. Erg indrukwekkend. We rijden dan door naar de Saxhóll vulkaan. Een voor toeristen zeer begaanbaar gemaakte vulkaan met een lange luie trap 109 m naar boven. 

Aan de noord kant van het schiereiland rijden we de Snaefellsjökull op. Een uitdagende gravelweg leidt ons tot vlak onder de besneeuwde top van deze stratovulkaan. De schrijver Jules Verne raakte in ieder geval in de ban van deze vulkaan en liet er zijn boek ’Naar het middelpunt der aarde’ beginnen.
Volgens een oude saga heeft de trolachtige figuur Bárður de Snæfellsjökull in de 9de eeuw voor het eerst beklommen. Er wordt beweerd dat hij nog steeds in de gletsjer woont en deze beschermt. We bezoeken op deze vulkaan ook de Sönghellir, een grot met een prachtige akoestiek, zoals je kunt horen in het filmpje onder deze tekst. 

Weer beneden bezoeken we Arnastapi, daar staat een enorm grote trol en zijn prachtige rotsformaties te zien. We rijden vervolgens naar Kirkjukfell, waarschijnlijk de meest gefotografeerde berg in IJsland. En we bekijken daar ook de watervallen, na een heerlijk maal in het nabij gelegen stadje trekken we verder naar een verborgen waterval  en keren terug naar het hotel in Borgarnes. 

Dag 4 t/m 9, de West Fjorden

Dag 4. 

Reis naar de West Fjorden. In de ochtend vertrekken we met de veerboot vanuit Stykkishólmur over de Breidafjördur naar Brjánslaekur. Een mooie tocht waarbij je langs kleine eilandjes vaart. We komen aan in de West Fjorden, een uitgesproken fjordenlandschap met brede U-vormige fjorden die soms diep landinwaarts gaan. We rijden eerst door naar ons hotel en Patreksfjörður. Van daaruit gaan we naar het Rauðasandur strand. Om er te komen neem je weg 612 richting Latrabjarg en slaat af naar weg 614. Met vele haarspeldbochten over een gravelweg zonder vangrail kom je op het strand. De kleur van dit brede stand varieert, afhankelijk van het zonlicht dat erop schijnt, van geel tot donkerrood. Er is een leuk cafe en een klein kerkje. We bekijken op de weg 612 ook nog het daar gestrande oudste stalen schip van IJsland, de Garðar BA 64. 

Dag 5. 

Vogelrots Latrabjarg.

Het grootste vogelspektakel van IJsland bevindt zich hier in het uiterste westen van IJsland, en ook het meest westelijke puntje van Europa, de gigantische vogelrots Latrabjarg

De klif is 440 m hoog. De klif worden bewoond door miljoenen vogels, waaronder papegaaiduikers, jan-van-genten, zeekoeten, drieteenmeeuwen, aalscholvers en alken. 

Op weg naar de klif bezochten we het Hnjótur museum en het strand van Breidavik. 

Dag 6. 

We hebben vandaag een lange reisdag op weg naar het Noorden van de West Fjorden (ca. 275 km).  Onderweg zien we hoge kale bergen, zitten we boven de wolken, mooie watervallen, vervallen haringfabrieken en oude kerkjes. We drinken koffie bij Vegamot Bildudal. In deze plaats bevindt zich het zeemonstermuseum en een zeewierfabriek

Maar een bezoek aan de trapsgewijs uitwaaierende Dynjandi waterval was het hoogte punt van vandaag. Over een hoogvlakte dalen we af naar Isafjördur. 

Dag 7. 

We bezoeken ’s morgens een klein museum in Isafjördur. De stad is de belangrijkste handels- en vissersplaats van de Vestfirdir, aoals de IJslanders de West Fjorden zelf noemen. Het heeft een lieflijk oud stadscentrum met prachtige huizen die volledig gerestaureerd zijn. Vanuit de haven maken we een excursie naar het kleine eilandje Vigur.  Hier vindt je de enige windmolen van IJsland, het kleinste postkantoor met eigen poststempel en een gezellige lunchroom. Naast wat zeehonden zijn er ook duizenden vogels te vinden. We krijgen een rondleiding over het eiland en ontdekken dat Noordse sternen zeer fel hun nesten beschermen door de letterlijk aan te vallen. Dus gewapend met een stok met vlag (ze vallen het hoogste punt aan) liepen we daar als een groep reisleiders op stage. 

’s Avonds reden we naar Bolafjall. Een hoog uitkijkpunt (625 m) en bezoeken we het vissersdorpje Bolungarvik en het museumdorpje Osvör

 Dag 8. 

Reisdag in oostelijke richting naar Holmavik/Drangsnes (ca. 240 km) over weg 61,643 en 645.

De route langs de immense kustlijn van de West Fjorden neemt aardig wat tijd in beslag. We bezoeken onderweg het poolvos centrum en drinken koffie in Litlibær. Her en der vind je kleine verwarmde zwembaden langs de route; bijvoorbeeld in Reykjanes, een van de weinige plekken met geothermisch water. We zien zeevogels en zeehonden die vaak langs de weg en het fjord liggen. Je waant je nog steeds in niemandsland. 

We slaan weg 635 in langs de noordkust naar het Kaldalón, een beschutte lagune dat echt een pareltje is. Een kleine gletsjer komt hier omlaag zetten vanaf de Drangajökull, het enige grote ijsveld in het noorden van IJsland. De gletsjertong heeft een aantal met gras begroeide eilandjes en een morene gevormd. We hebben een hotel in Drangsnes. Het schiereiland is ook zeker de moeite waard. Er is een ruige rotskust aan de oostzijde van het schiereiland en in het vissersplaatsje vindt je de hotpots die al jaren door zowel locals als bezoekers gebruikt worden. We hebben vanuit ons hotel een prachtig uitzicht over het fjord. 

Dag 9. 

We gaan vandaag op walvissafari vanuit Holmavik. Een geweldig enthousiaste gids begeleidt de groep en we zien papegaaiduikers en noordse sternen. Daarna zien we een groep witsnuitdolfijnen en de gids is nog enthousiaster dan wij. Die had ze al lang niet hier gezien.  Daarna zien we een aantal Bultruggen een paar dwegvinvissen en bruinvissen. Geweldig. 

Na deze geweldige belevenis bezoeken we in Holmavik het museum van IJslandse Tovenarij en Hekserij. Daarna gaan we via weg 643 een stuk omhoog langs de kust naar het dorpje Djúpavik. Daar eten we wat in een hotel en bekijken een oude verlaten visfabriek waar nu kunst wordt vertoond. We rijden weer terug naar Drangsnes en komen onderweg langs het tovenaarsdorp Kluka

Dag 10 en 11, Noord IJsland

Dag 10. 

Vanuit Holmavik rijden we vandaag naar Brekkulækur (ca. 230 km). We laten de indrukwekkende fjorden achter ons en we zien onderweg langzaam aan weer meer mensen. We volgen weg 645 en een stukje 61 en nemen dan de 608 (Þorskafjarðarheiði). Hier zien we nog een oud slagveld en een warm water bron. (Gudrunarlaug) Aan het einde van deze weg gaan we linksaf de 60 op. Deze volgen we tot aan Búdardalur, waar we linksaf de 59 op gaan.  Einde van deze weg gaan we rechtsaf de 68 op tot aan de 1. Daarna bezoeken we het schiereiland Vatsnes. We zien het prehistorisch monster Hvitserkur, wat eigenlijk een basaltrots is en bezoeken Borgarvirki. Borgarvirki is een rotsachtige heuvel met 10 tot 15 m hoge basaltkolommen. In het midden bevindt zich een holte die aan de oostzijde is afgesloten door een muur. Hierdoor ontstond er een soort fort. Aan de binnenzijde van de muur liggen nog de ruïnes van twee hutten en een waterput.
Er is een saga die verteld dat de clans van het Húna district degenen waren die het waarschijnlijk hebben gebruikt om zichzelf te beschermen tegen de machtigere clans van het Borgarfjörður district. 
Dit is ook het gebied waar de IJslandse paarden worden gefokt. We zien er veel. Het hotel heeft op het moment dat wij arriveren geen stroom en daarom gaan we eten in Hvammstangi, in het zeehonden centrum. ’s Avonds gaan we kijken bij de Kolugljúfur. Dit is een kloof van zo’n 40-50 m diep. 

Dag 11. 

Wederom een lange rit van 283 km. We volgen de 1 tot de afslag naar de 724, einde daarvan gaan we rechtsaf de 731 op en linksaf weer naar de 1. We volgen deze naar Akureyri. Hier slaan we eten in voor de komende dagen. Want als we straks het binnenland van IJsland ingaan zullen we daar weinig winkels tegen komen. Akureyri wordt ook wel de hoofdstad van het noorden genoemd. Net als in Reykjavik vind je hier een avantgardistische kerk met bijzondere glas-in-loodramen, een mooie botanische tuin en leuke cafeetjes. Wij gaan echter direct naar de Christmas Shop om lekkere snoepjes te halen. Door de nieuwe toltunnel en via de Godafoss waterval rijden we naar Mývatn. We checken in bij het mooie nieuwe hotel aldaar en hebben een heerlijk diner daar. 

’s Avonds hebben we nog de tijd om een wandeling te maken, donker wordt het toch bijna niet! We gaan naar Námafjall hverir en het Leirhnjukur lavaveld bij de Krafla. Het Leirhnjúkur lavaveld is een grote vlakte die tijdens de uitbarsting van 1984 overspoeld werd met lava van de Krafla vulkaan met een krater van 25 km lang. 

Dag 12 t/m 17, het binnenland.

Dag 12.

Over de Sprengisandur hooglandroute (ca. 290 km) 

De Sprengisandur hooglandroute F26 doorkruist het binnenland van IJsland. Het is vaak onderwerp geweest van mythische spookverhalen en evenzo duistere misdadigers. Het is een oude en bekende weg en had nogal een slechte reputatie, vooral door de weersomstandigheden. Het weer is er erg onvoorspelbaar, zelfs in de zomer kan het er sneeuwen. Wij hadden vooral een miezerig regentje. De route start in het noorden naast de Godafoss. Hier sla je af naar weg 842 die over gaat in de F26. Bij de Aldeyarfoss stoppen we even. Het is een woeste waterval, omgeven door basaltzuilen. 

Vervolgens is het de gigantische uitgestektheid die veel indruk maakt. De wegen zijn gavelwegen, soms slecht soms best begaanbaar, en we hebben diverse rivierdoorsteken. Onze 4×4 komt nu echt van pas (zonder mag je trouwens niet deze weg op!)

Alleen in Nýidalur zien we een trekkershut. De eerste hut in Nýidalur werd gebouwd in 1967. Op een mooie dag is het uitzicht vanuit de hutten schitterend. De nabijgelegen Tungnafell-gletsjer is gemakkelijk te bereiken vanuit de mooi begroeide vallei  van Nýidalur. Wij hebben nog steeds bewolking en zien dus ook niet heel veel ervan. 

Het laatste deel van de route gaat tussen de gletsjers Hofsjökull en Vatnajökull door. We overnachten in het Highland Center Hrauneyjar, een uitvalsbasis (zeker geen goede en oh help we blijven hier 3 nachten) voor wandelingen in Landmannalaugar. 

Dag 13.

We gaan vandaag naar de vulkanische kloof Eldgjá. (rondrit ca. 160 km). Het berggebied van Landmannalaugar kennen veel mensen van foto’s. Het is dan ook een zeer bijzonder gebied met prachtige gekleurde rhyolietbergen. We rijden er vandaag aan voorbij en gaan naar de spectaculaire vuurkloof  Eldgjá, met prachtige waterval. We hebben weer een paar mooie rivierdoorsteken. Maar ook 1 waar we ons toch maar niet aan wagen.

Met een lengte van 24 km is het de grootste vulkanische kloof ter wereld.

Deze kloof maakt deel uit van de Midden-Atlantische rug en loopt van de Mýrdalsjökull gletsjer naar de berg Gjátindur (943 m).

Eldgjá en de nabijgelegen Laki kraters zijn onderdeel van hetzelfde vulkanische systeem als de vulkaan Katla. In feite bestaat de kloof uit een groot aantal explosiekraters op een rij.

We rijden daarna door naar de Zuidkust. We eten in Vik en gaan kijken naar de Dyhólaey. Daarna rijden we over de vreselijkste weg die we hebben gehad terug naar ons nederige stulpje in de binnenlanden. 

 

Dag 14.

Tijd voor een wandeling bij  Landmannlaugar.

En wat voor wandeling : 855 meter stijl omhoog naar de top van de vulkaan Brennisteinsalda.

Old enough to know better, young enough to do it anyway.

De Brennissteinsalda (IJslands: heuvel van zwavel) ligt niet ver van de Hekla en ligt naar een andere vulkaan, de Bláhnjúkur.

De naam Brennisteinsalda komt van de gele zwavelvlekken die zijn bergflanken hebben gekleurd, al zijn er ook nog andere kleuren: groen van het mos, blauw en zwart van de lava, as en obsidiaan  en rood van het ijzerhoudend gesteente in de grond. De vulkaan is nog steeds actief wat overigens duidelijk zichtbaar is door de hete zwavelbronnen op de flanken.  Na de best inspannende wandeling hebben we een heerlijk soepje gegeten in de bus van de Mountain Mail op de Landmannlaugar camping.  

Dag 15. 

Vandaag laten we het binnenland even achter ons en rijden naar de zuidkust van IJsland, in de ongeving van Skogar. We bezoeken het Lava Centre en de watervallen : Gljúfrabúifoss, Seljalandfoss, Knernufoss (de verborgen waterval in Skogar) en de Skogarfoss. Tussendoor nog even naar de haven geweest, waarvandaan de schepen vertrekken naar de Vestmannaeyjar, ook wel de Westman eilanden genoemd. 

Dag 16. 

Vandaag hadden we een excursie geboekt vanuit Vik naar een Gletjergrot in de buurt van de Katla vulkaan. Met een superjeep worden we erheen gebracht en onder een enorme poort van ijs (het lijkt zand maar is toch echt ijs) gaan we de ijstunnel in en komen op een prachtige soort binnenplaats van ijs. Een geweldige ervaring. Hierna rijden we terug naar Grindavik (150 km). Onderweg gaan we nog een keer kijken in Seltún, net als 3 jaar geleden en we rijden langs het gebied waar in 2021 de vulkaan Fagradalsfjall uitbarstte. 

Dag 17.

We verlaten IJsland weer en vliegen van Keflavik naar Schiphol terug. 

Dit was een niet allerdaagse reis, we hebben veel mee gemaakt en beleeft. De wegen hebben ons uitgedaagd en als je ooit deze reis gaan maken, bereid je dan goed voor. Zo hebben wij vooraf een cursus gedaan voor het rijden op ruig terrein en rivierdoorsteken geoefend.