IJsland 2016

Dag 1 t/m 5, het Westen en Noorden

Dag 1. 

We landen met een rechtstreekse vlucht vanaf Schiphol op Keflavik. Met de gehuurde auto gaan we naar ons hotel in Reykjavik. Daar eten we ’s avonds in een gezellig Amerikaanse Roadhouse en verkennen een klein stukje van de stad. We lopen naar de Hallgrimskirkja en lopen langs Tjörnin (de vijver) midden in Reykjavik, en langs het water van de fjord Kollaffjörður, een uitloper van de grote baai Faxafloi. 

Dag 2.

Onze eerste reisdag en wat voor één. van Reykjavik naar Sauðárkrókur. 

We nemen weg 1 naar het noorden en slaan af naar weg 36, naar

Þingvellir. Het gebied is een deel van de scheidslijn tussen het Noord-Amerikaanse en het Euraziatische continent, met de vlakte zelf als scheiding. IJsland drijft door tektonische bewegingen schoksgewijs met een gemiddelde van 1 à 2 cm per jaar uit elkaar. Een aanzienlijk gedeelte van de vlakte is bedekt met lava van de nabijgelegen schildvulkaan Skaldbreiður, die 9000 jaar geleden actief was. 

Hierna zijn we over de gravelwegen, 550, 52, 50 en 518 naar het Reykholtsdal gereden.  Daar zijn 2 geweldige watervallen, de Hraunfossar, over een afstand van 900 meter lopen vele waterstroompjes vanonder het lavaveld Hallmundarhraun in de rivier Hvitá en De Barnafoss (kinderwaterval), door een nauwe kloof stroomt de rivier Hvitá met kracht naar beneden. Na dit spektakel rijden we naar de warmwaterbron van Deildartunguhver, deze produceert 180 liter kokend water per seconde en is daarmee de grootste warmwaterbron van IJsland. We vervolgen onze route naar het noorden over de 1 naar Bifröst en het nabij gelegen Grábrók. Dit is een 170 meter hoge vulkaankrater. De laatste uitbarsting was 3000 jaar geleden, we konden dus met gerust hart al die trappen op naar de rand van de krater. Best laat, rond 11 uur ’s avonds arriveerden we in Sauðárkrókur. Twee valkuilen al direct op de eerste reisdag, 1. er is hier zoveel te zien en er zijn geen openingstijden in de natuur en 2. het is hier 24 uur per dag licht dus vergeet je snel hoe laat het is. 

Dag 3. 

Vandaag zijn we na het ontbijt naar de plaatselijke bakker gereden voor wat traditionele donuts, de kleinur. We hebben een tocht gemaakt langs de mooie kust van de Skagafjördur. Maar eerst zijn we over weg 75 zuidelijker gegaan naar het dorpje Reynistaður. Daarna naar het museumdorpje Glaumbear. Het oudste gedeelte van de turfboerderij die hier staat stamt uit 1834. Er is ook een leuk koffiehuis waar je IJslandse specialiteiten kunt proeven. Onderweg daarna op weg 76, vonden we een turfkerkje, Grafarkirkja. Deze hebben we bekeken. Het is de oudste christelijke kerk op IJsland. In Hófsos hebben we even gezwommen in het plaatselijke zwembad. Hey was een bijzondere ervaring. Dit zwembad ligt aan een fjord en je hebt vanuit het bad een geweldig uitzicht over de bergen en het fjord. 

Daarna zijn we door gereden naar Siglufjördur, het meeste noordelijke plaatsje op het IJslandse vaste land. We hebben er gegeten in Hannes Boy. Via de tunnels tussen Siglufjördur en Ólafsfjördur naar Dalvik gereden. 

Via de oostkust van het schiereiland en na nog een waterval te hebben bekeken, in het dal Öxnadalur,  zijn we teruggereden naar ons hotel in Sauðárkrókur. 

Dag 4. 

vandaag zijn we richting Akureyri gereden. We kwamen onderweg bij een historisch slagveld van Órlygsstaðir (21-8-1238), daarna reden we wederom door het Öxnadalur dal, verder ging het door een prachtige kloof en we kwamen aan in Akureyri. Met een blauwe kaart mocht je daar een uur parkeren en dat redden wij prima. De kerk was op slot en de winkelstraat kort. Het fjord Eyjafjördur waaraan het ligt is prachtig. 

10 minuten rijden van Akureyri aan weg 821 staat het kersthuis. Geweldig leuk. Daarna reden we weer richting Akureyri langs het vliegveld, over de brug de bergen in langs een heet water bron met waterval. 

De lunch hebben we genoten bovenaan de Goðafoss (godenwaterval). De waterval is 12 meter hoog en heeft een prachtige vorm. Er waren een aantal waaghalzen die met de kano van de waterval gingen. (zie de video hieronder). We hebben daarna ons hotel opgezocht in Laugar. 

In de avond, haleluja wat zijn de dagen hier heerlijk lang, zijn we naar Námafjall Hverir gereden, een sulfatenveld waar het niet echt lekker ruikt. Hier zijn kokende modderpoelen, zwavelbronnen en stoomgaten te zien. De grond is gekleurd door de vele mineralen die in het gesteente zijn opgelost. Dit gebied is een gebied met zeer hoge tamperaturen. Via de Krafla centrale zijn we naar de Viti krater gereden. Deze krater is ongeveer 300 meter in omtrek en is gevormd tijdens een enorme explosie in 1724. We zijn om de krater met prachtig blauw water gelopen en zijn daarna naar ons hotel gegaan. 

Dag 5. 

’s morgens zijn we op walvissafari geweest vanuit Husavik. Om 11 uur konden we aan boord en direct vlak nadat we de haven uit waren zagen we een bultrug. Na deze een tijdje te hebben bekeken zijn we door gevaren naar de overkant van de baai (Skjálfandi) en kwamen daar bij een voedingsplek voor de walvissen en we hadden erg veel geluk. 5 Bultruggen en een groep Dwergvinvissen en Bruinvissen waren er druk aan het eten. We hebben ze ongeveer een uur lang kunnen zien en daarna voeren we weer terug naar de haven. Een geweldige ervaring. 

Na dit avontuur zijn we doorgereden naar het noorden over weg 85, vlakbij het meer van Lón zagen we diep onder ons op zee papagaaiduikers drijven op de golven. In verband met het broedseizoen konden we niet dichterbij komen. (schiereiland Tjörnes)Daarna reden we door het Skjalftavatn Myndaðist gebied, ontstaan door een aardbeving in 1976. Een deel van het landschap verzakte toen 2 meter. Hierna kwamen we aan bij Asbyrgi. De hoefijzervormige kloof met steile wanden, waarvan een aantal zelfs 100 meter hoog zijn. Het is een idyllische plek, die door zijn beschutte ligging, dicht begroeid is met berkenbomen, waar watertjes stromen en zeer veel vogelsoorten te zien zijn. 

Daarna wilden we via de 862 of 864 naar de Dettifoss, helaas waren beide wegen nog niet begaanbaar en moesten we via Husavik omrijden en via de 87 naar Myvatn en via de 1 naar de Dettifoss rijden. Ook daar was nog niet alles bereikbaar. Naar de waterval toe was een alternatieve route aangelegd en helaas was de brede Selfoss, ongeveer 1 km stroomopwaarts (11 meter hoog) die uit een stuk of tien naast elkaar liggende watervallen bestaat, alleen vanuit de verte te bewonderen. De Dettifoss is 44 meter hoog en ruim 100 meter breed, en is wat waterverplaatsing betreft de krachtigste waterval van Europa. We hebben heerlijk ‘gedoucht’ op het uitkijkplateau. En waren dan ook goed nat en hadden modder aan onze schoenen. Het was tijd om terug te keren naar ons hotel in Laugar. 

 

Goðafoss, met een kano van de waterval. gemaakt tijdens onze rondtrip over IJsland

Dag 6 t/m 10, het Noorden en Oosten

Dag 6. 

Hoogtepunten van Mývatn. We zijn deze morgen begonnen bij het kerkje van Reykjahlid. Gedurende het zogenaamde Mývatn vuur, ten gevolge van een eruptie van de Krafla in 1729, is het dorp vernietigd door de lavastroom. De inwoners werden echter gespaard omdat de lavastroom ophield voor de kerk, als gezegd door de gebeden van de priester. De kerkfundatie is er nog steeds, de huidige kerk is uit 1972. Het dorp ligt aan het Mývatnmeer wat betekent ‘Muggenmeer’ omdat er ’s zomers veel muggen op het meer zijn. Het meer wordt omgeven door vele objecten van vulkanische oorsprong, zoals de explosiekrater Hverfjall en de grimmige lavaformaties van Dimmuborgir (duistere burchten). Daar hebben we een wandeling gemaakt van zo’n 2,5 uur. Door een prachtige lavapoort kom je in een labyrint met lavaformaties. Met veel moeite hebben we de vulkaan beklommen. Het pad bestaat uit los lavapuin en je zakt er deels in weg of je glijd er deels weer vanaf. De Hverfjall heeft een zeer grote krater. Het lijkt op een groot stadion en heeft een omtrek van 1000-1200 meter en een diepte van 140 meter. De rand van de krater is 150 meter hoog. Op de terugweg zagen we het indrukwekkende lavaportaal ‘Kirkja‘. In het bezoekerscentrum hebben we, bekaf en bezweet (want IJsland heeft zeker warme zomers), allebei een t-shirt moeten kopen maar hebben er ook heerlijke soep gegeten. 

Het middagprogramma begon met een bezoek aan Grjotagja, een grot met warm water. Het was een populaire badplaats tot aan de uitbarsting van de Krafla in de periode 1975-1984. De temperatuur van het water nam toen toe tot 60 graden. Tegenwoordig is het water circa 43-46 graden maar is ook gesloten voor toeristen. 

Daarna zijn we de pseudokraters bij Skútustaðir aan de zuidelijke rand van het meer gaan bekijken. Deze kraters ontstaan wanneer lava of hete as tijdens een vulkaanuitbarsting een waterbekken bedekt. Het water onder de lava verdampt maar kan niet weg, daardoor neemt de druk toe en baant de oververhitte stoom zich met een explosieve kracht een weg omhoog. Daar echter aangekomen waren er zoveel muggen dat we slechts twee kraters hebben bekeken. We zijn weer terug gereden naar ons hotel in Laugar.

Dag 7. 

We reden over de 1 naar het oosten en namen de afslag naar de 901. We reden over de hoogvlakte Jökulsdalsheidi, waar je een beeld krijgt van het kale woestijnachtige binnenland. In Möðrudalur hebben we hele vieze koffie gedronken in een eenzame en hoogst gelegen boerderij van IJsland. (469 met hoog) Er staat ook een klein kerkje en enkele turfschuren. De schapen hebben er rokjes aan en de was van de boer hangt aan de lijn. Ach, we hadden het niet willen missen. De rest van de weg was nog dicht dus terug gereden naar de 1 om onze weg te vervolgen. 

Bij Hjardarhagi hebben we er voor gekozen de rechteroever van de Jökulsá á Brú te volgen waar we enige bezienswaardige basaltkolommen zagen in Hnefilsdalur. De rivier is de grootste gletsjerrivier van IJsland. Onderweg nog wat watervallen gezien. In Egilsstaðir hebben we ingecheckt bij het hotel. In de zomer worden scholen vaak gebruikt als hotel omdat de inwonende kinderen dan toch vakantie hebben. Dit was onze tweede ervaring hiermee. 

We reden ’s middags langs het meer Lagarfljót, waar naar zeggen het broertje van Nessi woont, door een bosrijke omgeving (!!) naar de Hengifoss. Een waterval van 128 meter hoog. De wandeling erheen duurt ongeveer 1,5 uur. Eerst passeer je nog de kleinere watervallen Litlanesfoss en Stuðlabergfoss met mooie basaltrotsen. 

Dag 8.

Het warme schooltje konden we achterlaten, na een heerlijk ontbijt met zoute koffie.  (wie heeft er zout in de suikerpot gedaan, wie heeft dat gedaan…). Vandaag reden we over weg 92 en 96 naar het zuiden langs de mooie oostkust. Door opkomende zeemist hebben we er minder van gezien dan gewenst. Toch reden we met mooi zonnig weer langs de ene na de andere fjord. In het plaatje Stöðvarfirði bezochten we de stenen verzameling van Petra Sveinsdottir. 

Na het inchecken in Höfn gegeten in het Pakkhus, het was even wachten (Druk!) maar het was het waard. Daarna hebben we een wandeling gemaakt langs een planetenpad en gekeken naar de vele vogels hier. We zagen een prachtige zonsverlaging (want de zon gaat niet onder).

Dag 9.

Langs diverse gletsjers zijn we naar het beroemde gletsjermeer Jökulsárlón gereden. Het meer is pas in de jaren 1934-1935 ontstaan. Het is het op 2 na diepste meer van IJsland met een diepte van 200 meter. Met een groot amfibievoertuig zijn we hier tussen de ijsschoten door gevaren. Een indrukwekkend gezicht.  

Daarna zijn we gaan kijken bij de ijsschotsen die op het strand liggen aan de andere kant van weg 1. Ook dit was een prachtig gezicht. Ons was aangeraden ook naar Fjallsárlón te gaan, het is een klei gletsjermeer waarin ijsbergen van de Fjallsjökull drijven. Hier waren geen toeristen, het was er doodstil en prachtig mooi. Na al dit moois zijn we naar ons volgende hotel gegaan in Örœfi. Het hotel ligt voor de uitlopers van twee gletsjers: Skaftafellsjökull en de Svinafellsjökull. Tussen prachtige lupinevelden door zijn we er heen gelopen. 

Dag 10. 

Vanuit Hofsnes vertrok vandaag de excursie naar de papagaaiduikers. In een tractor met aanhanger gingen we 6 kilometer over zand en door het water naar het schiereiland Ingólfshöfdi

’s middags zijn we naar het Skaftafell national park gegaan. Het nationaal park Skaftafell werd in 1967 opgericht en in 1984 uitgebreid tot circa 1600 km2. We hebben hier gewandeld en de Svartifoss bewonderd, een waterval omringd door symmetrische basaltkolommen die aan een orgel doen denken. Na de wandeling hebben we het bezoekerscentrum bezocht en zijn daarna naar de Skaftafellsjökull gelopen wat ook deel uit maakt van dit park. We sliepen in het zelfde hotel als de afgelopen nacht. 

Dag 11 t/m 15, het toeristische Zuiden en het schiereiland Reykjanes

Dag 11.

We komen langzaam weer in het drukke toeristische gedeelte van IJsland. Over de 1 rijden we westwaarts. We steken een enorme spoelzandvlakte over, Daar zijn de restanten te zien van een brug over de Skeiðarársandur. In het najaar van 1996 spoelde het weg door een enorme jökulhlaup (overstroming) van  45.000 m3 water en ijs per seconde! Deze was het gevolg van een uitbarsting van de Bárðarbunga. Wat over bleef was een hoop verwrongen staal. 

Onze volgende bestemming was kirkjubæjarklaustur. Het dankt zijn naam aan een benedictijnenklooster dat hier vanaf 1186 tot de reformatie, in 1550, heeft gestaan. Op de plaats van het klooster staat nu een monument. We maakten een wandeling van zo’n 5 km, berg op en weer af. Er zou een waterval zijn maar die hebben we nooit gezien. Een maand later lazen we in de krant dat het zuidoosten van IJsland de droogste lante en zomer hadden in 85 jaar, en de waterval er dus tijdens ons bezoek er ook helemaal niet was. 

We vervolgen onze route naar Laufskálavörður: een heuveltje met talloze steenmannetjes. De lage heuveltjes dienden als baken voor reizigers in het verder vlakke landschap. Waarom weet niemand, maar iedereen die hier voor de eerste langskomst, wordt verondersteld een steen op het heuveltje te leggen om zo gevrijwaard te blijven van pech onderweg. 

We doen daarna Vik aan. Daar hebben we de Reynisdrangar bekeken.  Het zijn een aantal hoge rotspunten (66m) in zee. Men beweert dat het resten zijn van een driemaster, die door 2 trollen aan land werd getrokken. Zij werden echter verrast door de zonsopgang waardoor zij, en met hen het schip, in steen veranderden. Hierna bezochten we nog drie watervallen, de Skógafoss, met een hoogte van 60 meter, de Seljalandsfoss, waar je achterlangs kan lopen en de Gluggafoss, een niet zo bekende maar mooie waterval. We sliepen in een hotel op een camping in Fljótshlið. 

Dag 12. 

De Golden Circle. Dit is echt een toeristische route waar je veel volk zult tegen komen. Als eerste op de route komen we door Flúðir er zijn daar tal van warm waterbronnen en een secret lagoon. https://secretlagoon.is/ 

We rijden dan door een prachtige canyon en komen bij de Gullfoss (gouden waterval), met donderend geraas stort de Hvitá zich hier 32 meter omlaag in een 2,5 km breed ravijn. We vervolgen onze route naar Geysir. Het is een geothermisch actief gebied. Wandelpaden voeren tussen stomende gaten, turkooizen  poelen en glinsterende veelkleurige modderformaties door. De grote Geiser werkt nog maar sporadisch maar de Strokkur (karnton) spuit nog iedere 5 minuten een waterkolom van circa 20 meter omhoog. We rijden voor een beetje geschiedenis door naar Skálholt: dit was het eerste bisdom van IJsland en ruim 700 jaar het theologische epicentrum van het land. 

Als laatste stop gaan we naar de Kerið (de vaas), het is een explosiekrater, het is 170 bij 270 meter groot en 55 meter diep en zo’n 3000 jaar geleden ontstaan. Hierna rijden we door naar Reykjavik waar we de rest van de dagen logeren. 

Dag 13. 

Het schiereiland Reykjanes. Dit schiereiland wordt vaak overgeslagen maar is zeker de moeite waard. Het enige wat veel mensen die IJsland bezoeken is het vliegveld en de Blue lagoon. Heel jammer want het is prachtig. 

Hafnir is een klein dorpje met een houten kerk van 130 jaar oud en er ligt een groot houten anker van de Jamestown, een met hout beladen spookschip dat in 1870 zonder bemanning aan de grond liep. 

De Brú milli Heimsálfa is een brug over de kloof tussen de twee continenten. 

Op de kop van het schiereiland staat de vuurtoren van Reykjanes, 26 meter hoog en je hebt er een prachtig uitzicht. Niet ver daarvandaan vind je modderpoelen en stoomgaten, zij dragen de naam Gunnuhver. Vernoemd naar een vrouw die daar 400 jaar geleden is vermoord en terug kwam om rond te spoken. Ze gaf veel overlast totdat een priester een val opzette en ze in een warme bron viel. 

Daarna bezoeken we Seltún in het geothermische gebied Krysuvik (in 2021 was hier niet ver vandaan een vulkaan uitbarsting). Hier vind je modderpoelen en heet waterbronnen , de grond is gekleurd in felgele, rode en groene tinten. In de 19de eeuw werd hier sulfiet gedolven. 

Hierna rijden we weer terug naar Reykjavik. We komen langs het grootste meer in het gebied, het Kleifarvatn. Het meer begon na een grote aardbeving in 2000 in grootte af te nemen. Maar liefst 20% van de oppervlakte is sindsdien verdwenen. 

Terug in Reykjavik hebben we de stad verkent.

Dag 14. 

We blijven vandaag in Reykjavik. Er is daar ook genoeg te zien en te beleven. We zijn de dag begonnen met een tweetal musea. Eerst bezochten we Aurora, een museum over het Noorderlicht. Daarna bezochten we het Walviscentrum. Via een app kregen we informatie over de in IJsland voorkomende walvissen en de levensgrote modellen gaven een goed beeld hoe groot deze beesten zijn. 

’s middags hebben we de Hallgrimskirkja bezocht. Met zijn 74,5 m is dit IJslands hoogste gebouw. De Architect heeft zich in zijn ontwerp laten inspireren door de grote basaltpartijen die op IJsland te vinden zijn, zoals die bij de Svartifoss. De bouw begon in 1945 en was pas 41 jaar later, in 1986, voltooid. 

Hierna hebben we ons in het voetbalfeest gestort van de EK 2016 met de wedstrijd Portugal – IJsland (1-1) . Wat een feest!!

Dag 15. 

Weer terug naar huis. Wij hebben genoten, wat hebben we veel gezien en ons verbaasd over de schoonheid van dit land.